Eerlijk Oneerlijk: Het Valsspelende Brein Ontmaskerd

Zijn mensen van nature goed of slecht, eerlijk of oneerlijk? Wat gebeurt er eigenlijk in ons hoofd wanneer we besluiten eerlijk of oneerlijk te zijn? En ziet het brein van een fraudeur er wezenlijk anders uit dan dat van een eerlijk persoon? Neurowetenschappelijk werpt nieuw licht op deze vragen.
Mijn colleges en andere presentaties over (on)eerlijk gedrag begin ik altijd met de vraag: ‘Wie hier is een fraudeur? Een leugenaar? Iemand..?’. Meestal gaan er geen handen omhoog. Toch is fraude en ander oneerlijk gedrag tamelijk wijdverbreid in onze maatschappij. Denk aan Lance Armstrong, Frank Oranje (‘De Zaak Schaap’) of Diederik Stapel. Er is echter niet al te veel bekend over de psychologie van de leugenaar en de fraudeur omdat dit moeilijk te onderzoeken is: in het algemeen vindt oneerlijk gedrag niet plaats in het openbaar, wordt het gezien als sociaal onwenselijk, en dus zijn mensen weinig geneigd openlijk toe te geven dat men zich hieraan schuldig maakt. In mijn lab onderzoeken we of er iets te leren valt over oneerlijk gedrag zonder mensen daar direct naar te vragen, door te kijken in hun hersenen. Wat gebeurt er nou in het brein wanneer mensen eerlijk of oneerlijk zijn? En ziet het brein van een fraudeur er anders uit dan dat van een eerlijk persoon?
De bron van het kwaad (en het goede)
De filosofie en ook psychologische theorieën gaan vaak uit van een soort dualistisch mensbeeld: in ons hoofd is er continu een soort interne strijd gaande tussen twee aspecten of versies van onszelf: één met primitieve en egoïstische motieven die alleen maar geeft om winst, (onmiddellijke) beloning, macht en status. En aan de andere kant een meer ontwikkelde versie van onszelf die ernaar streeft om een ‘goed’ mens te zijn: sociaal, empathisch, betrouwbaar en vooral eerlijk en rechtvaardig.
Het idee is dan meestal dat we constant in de verleiding worden gebracht om het verkeerde pad op te gaan (met andere woorden; de ‘slechte’ kant van onszelf is sterker, de mens is van nature slecht en zondig) en dat we wilskracht nodig hebben om op het rechte pad te blijven. Dus, wie over veel wilskracht beschikt blijft eerlijk, wie daar te weinig van heeft valt ten prooi aan zijn/haar primitieve driften en zal oneerlijk zijn.
Onderzoek naar oneerlijk gedrag
In mijn onderzoek kijk ik in het brein om te zien hoe deze ‘struggle’ tussen goed en kwaad zich ontvouwt, en ook of die processen nu anders verlopen in eerlijke en oneerlijke mensen.
Om dit te onderzoeken laten we mensen specifieke taakjes doen in de MRI-scanner, een groot apparaat waarmee we hun hersenactiviteit kunnen vastleggen. Maar als we willen testen voor oneerlijk gedrag lopen we tegen een probleem aan: in een experiment met een onderzoeker die om je heen hangt, alles vastlegt wat je doet, en zelfs in je hersenen ‘kijkt’, zijn mensen verrassend genoeg niet erg geneigd oneerlijk gedrag te vertonen. Om dit te omzeilen hebben mijn collega’s een nieuwe taak ontwikkeld: de zoek-de-verschillen-taak (in het Engels: de spot-the-differences task, afgekort tot SPOT). In deze taak krijgen proefpersonen twee plaatjes te zien met de opdracht om de drie verschillen tussen deze plaatjes te vinden (zie figuur 1 voor een voorbeeld). Ze krijgen zes seconden de tijd om te zoeken, waarna ze de vraag krijgen: ‘Heb je de drie verschillen gevonden, ja of nee?’. Als ze ‘ja’ kiezen krijgen ze een klein geldbedrag, als ze ‘nee’ kiezen, krijgen ze niets.
De grap bij deze taak is dat men de verschillen niet hoeft aan te wijzen. Vals spelen is dus makkelijk en niet te bewijzen (de proefleider kan niet weten of de proefpersoon de verschillen echt gevonden heeft of niet). Echter, tussen sommige plaatjes zitten helemaal geen drie verschillen; soms maar 2, soms slechts 1. Dus als bij die plaatjes een proefpersoon aangeeft de verschillen gevonden te hebben, weten we dat dat niet kan en hij dus liegt. Maar de proefpersoon weet niet dat wij dit weten en denkt ongestraft vals te kunnen spelen. Het mooie van deze taak is ook dat we precies kunnen weten wanneer een proefpersoon besluit om oneerlijk te zijn. Dat is het moment waarop wij in hun brein kijken wat daar precies gaande is.

De ‘struggle’ in het brein
Wat we zien op onze MRI-beelden is dat twee verschillende netwerken in het brein verhoogd actief worden als mensen besluiten eerlijk of oneerlijk te zijn. Ten eerste zien we sterke activatie in het deel van het brein dat we het ‘beloningssysteem’ noemen wanneer mensen besluiten oneerlijk te zijn. Dit deel van de hersenen (zie ook figuur 2A.) is betrokken bij het registeren en verwerken van aspecten van de omgeving als waardevol of belonend. Dit is wellicht niet heel verrassend: een belangrijke reden waarom mensen vals spelen is de winst die te behalen valt.
Maar als we vervolgens eens kijken in het brein wanneer mensen juist eerlijk zijn, dan zien activiteit in een heel ander netwerk in het brein, het zelf-relevantie systeem (zie ook figuur 2B). Dit netwerk in het brein is betrokken bij het vormen en in standhouden van een (positief) zelfbeeld. Wat we zien is dat hoe sterker de activatie in dit breinnetwerk, hoe minder men geneigd is vals te spelen. Dus hoe belangrijker een positief zelfbeeld is voor iemand is, hoe eerlijker diegene zal zijn.

De rol van wilskracht
Dit alles komt goed overeen met het idee van een dualistische tweestrijd tussen de op winst beluste versie van onze persoonlijkheid en de eerlijke en rechtvaardige versie. Maar het wordt interessant als we kijken naar de rol die wilskracht speelt in dit strijdperk. Wilskracht, door psychologen ook wel cognitieve controle genoemd (de mentale controle die je uitoefent op je gedrag), komt voort uit de activiteit van een specifiek netwerk in het brein (het ‘cognitieve controle netwerk’, zie figuur 2C). Wat we zien in het brein is dat, hoe sterker de activatie in het cognitieve controle netwerk, hoe minder men valsspeelt. Dit sluit aan bij de gedachte dat we wilskracht nodig hebben om de ‘slechte’ versie van onszelf te onderdrukken teneinde het goede te kunnen doen.
Maar, we vinden deze afname in valsspelen alleen bij relatief oneerlijke mensen. Als we kijken naar mensen die doorgaans juist heel eerlijk zijn zien we het omgekeerde patroon: hoe meer wilskracht zij uitoefenen, hoe oneerlijker ze worden!
What gives? Wilskracht, of het uitoefenen van controle over je gedrag, zorgt ervoor dat je af kan wijken van je natuurlijke intuïtieve gedrag. Dit pakt voor verschillende mensen verschillend uit. Als je van nature oneerlijk bent, kan wilskracht ervoor zorgen dat je eerlijker wordt (‘Ik heb al zo vaak gefraudeerd, dat is toch eigenlijk niet OK, laat ik eens mijn best doen om wat eerlijker zijn.’). Maar als je van nature eerlijk bent kan die cognitieve controle ervoor zorgen dat je gaat denken ‘maar wacht eens even, ik zit hier een beetje Gekke Henkie te zijn en laat al die winst aan mijn neus voorbijgaan; af en toe een klein beetje oneerlijk zijn kan toch geen kwaad…’.
Dus wilskracht trekt mensen naar het midden, weg van hun natuurlijke, intuïtieve gedrag. Het stelt ons instaat om een subjectieve optimale balans te vinden tussen de motivaties van onze twee ‘zelven’: het behalen van winst en succes, en het behouden van een positief beeld van onszelf. Het is dus niet zo dat wilskracht ons per definitie een beter en eerlijk mens maakt, het hangt er helemaal van af wat voor type mens je bent.
Fraudeurs detecteren in de MRI scanner
Een interessante vraag is nu of we op basis iemands hersenscan voorspellen hoe (on)eerlijk iemand is. Uit ons onderzoek blijkt dat dit inderdaad kan. Interessant is ook dat juist het functioneren van de al eerder genoemde netwerken (het beloningssysteem en het zelfrelevantie systeem) voorspellend is: bij eerlijke mensen is het beloningssysteem sterk gekoppeld aan het zelfbeeld system, maar bij oneerlijke mensen is dit veel minder het geval. Dus de sterkte van deze verbindingen kan gebruikt worden om voorspellingen te doen over de eerlijkheid van de persoon in de scanner: hoe sterker de verbindingen tussen de twee systemen in het brein, hoe eerlijker de persoon in kwestie is.
Het lijkt dus zo te zijn dat voor oneerlijke mensen winstbejag en zelfbeeld (een ‘goed’ mens zijn) tamelijk los van elkaar staan. Deze mensen zijn in staat keihard voor eigenbelang, winst en succes te gaan, zonder dat dit hun zelfbeeld aan tast. Voor eerlijke mensen is gedrag met betrekking tot winst en beloning juist wel sterk gekoppeld aan hun zelfbeeld. Voor hen is een positief zelfbeeld heel belonend.
De eerlijke conclusie
Samenvattend kunnen we stellen dat verschillen in eerlijkheid tussen mensen samenhangen met een tweestrijd in ons brein, tussen het beloningsnetwerk en het zelfbeeld netwerk. Bij eerlijke mensen wordt deze strijd meestal gewonnen door de motivatie een positief zelfbeeld te behouden. Bij fraudeurs wordt deze strijd gewonnen door de motivatie voor winst en beloning. Dit komt doordat bij deze mensen een positief zelfbeeld tamelijk losgekoppeld is van het gaan voor winst. Wilskracht kan oneerlijke mensen op het rechte pad houden. Maar let op, wilskracht kan eerlijke mensen juist van het rechte pad afduwen!
De in deze tekst beschreven onderzoeken zijn hier terug te lezen:
- Speer, S. P. H., Smidts, A. & Boksem, M. A. S. Cognitive control and dishonesty. Trends Cogn Sci 26, 796–808 (2022). https://doi.org/10.1016/j.tics.2022.06.005
- Speer, S. P. H., Smidts, A. & Boksem, M. A. S. Individual differences in (dis)honesty are represented in the brain’s functional connectivity at rest. Neuroimage 246, 118761 (2022). https://doi.org/10.1016/j.neuroimage.2021.118761
- Speer, S. P. H., Smidts, A. & Boksem, M. A. S. Cognitive control increases honesty in cheaters but cheating in those who are honest. Proc National Acad Sci 117, 202003480 (2020). https://doi.org/10.1073/pnas.2003480117